Onze reis naar het Verre Westen.

Zaterdag 10 Februari 2007.

Om 09.30 stond de taxi klaar die ons (Cobie, Kees en mijzelf) naar het vliegveld in Gainesville bracht. Cobie had haar eigen rolstoel bij zich en voor mij stond een rolstoel klaar met iemand die mij naar het vliegtuig reed, terwijl een ander Cobie reed. Tijdens het wachten op het vliegveld ontmoette ik een US Marine (dat is een Marinier)
Wij hadden een heel goed gesprek.

Om 10.45 konden we aan boord gaan van Deltavlucht 1045A naar Atlanta. Het was een vrij klein vliegtuig waar we mee vlogen, maar toch zaten we op vrij ruime plaatsen.

Tijdens het wachten op het Vliegtuig van Atlanta naar Los Angeles zaten we in een grote hal waar tientallen mensen ook wachtten, onder hen een zestal soldaten die zojuist uit Irak waren aangekomen en nu met verlof naar huis op weg waren. Plotseling stond er een dame op en vroeg met luide stem aandacht van de aanwezigen. Zij vestigde de aandacht op de soldaten en dankte hen in het openbaar voor het feit dat zij voor Amerika in de bres staan en vroeg om een luid applaus voor deze helden, Trots riep ze daarna: "May God bless Amerika and our forces" en het geschiedde aldus. Nagenoeg iedereen juichte en klapte in de handen. Kees had nog een heel goed gesprek met enkelen van hen en wisselde e-mail adressen uit. Een sergeant vertelde ons dat er door de pers zo slecht over hen geschreven werd. Dat men alleen vermeldt dat er weer zoveel Amerikanen gedood zijn, maar dat men nooit eens vermeldt dat er zoveel goeds gebeurt en dat de Amerikaanse Militairen zeer geliefd zijn bij de Irakese bevolking.

Om 13.15 vertrok onze vervolgvlucht naar Los Angeles, waar we om 14.44 plaatselijke tijd arriveerden.

Het kostte even tijd voor Kees om een geschikte huurauto te vinden, maar uiteindelijk lukte het hem toch. Vervolgens reden we naar de Hollywood Boulevard, waar de sterren in het trottoir staan. Daarbij moet niet worden gedacht dat dat maar een klein stukje is waar zo af en toe eens een filmster in het trottoir staat gegraveerd, nee, het is een kilometerslange sliert van de diverse filmgrootheden die aan beide zijden van de straat in het trottoir ingeplant zijn. Aan beide kanten van de Hollywood Boulevard, van Gower tot La Brea en aan beide kanten van Vine street, van Yukka tot Sunset. De "Walk of Fame" omvat vijf hectare van bronzen sterren, ingelegd in roze terras tegels die op hun beurt weer in zwarte terrastegels liggen. In elke ster staat in brons gegraveerd de naam van de desbetreffende artiest. Het is een opvallend embleem waaruit blijkt in welke van de vijf categories de betrokkene wordt ge-eerd. Deze categories zijn: Film - Televisie - Radio - Verslaggeving - Theater. Ook zijn er veel sterren wier namen bovendien gegraveerd zijn op het plein voor het "Chinese Theater," compleet met hand en voetafdrukken.

Op Hollywood Boulevard liepen ook diverse figuren rond in de meest eigenaardige kleding. Je zou je zo in een science fiction film wanen. Niet alleen allerlei figuren liepen er rond er was ook heel veel en diepe armoede, zoals een violist die op straat met een plastic fles op een viool zat te spelen, weer anderen waren er die bedelden etc.

Kees wilde gaan eten in een beroemd restaurant tegenover het Kodak Theater, een gebouw waar de Oscars worden uitgereikt, maar dat restaurant was om een of andere reden gesloten, daarom aten we in "Jerry's famous restaurant" in de buurt van "Thousand Oaks." Het eten daar was - zoals in de meeste Amerikaanse restaurants - tamelijk vet en veel te zoet, in elk geval was het niet mijn smaak, maar ik had het niet voor het zeggen en heb dus maar geprobeerd er het beste van te maken en alleen het allermagerste gerecht uit gezocht.

Het was inmiddels wel erg laat geworden en we gingen naar een motel om daar te overnachten.

Klik hier om meer fotos van die dag te zien.

Zondag 11 Februari 2007.

Om 08.30 werden we gewekt en na een goed ontbijt gingen we naar de kerk. Daar ontmoetten we volgens afspraak Gary Johnson en zijn echtgenote Joan. Gary en Joan zijn schrijvers en producers van diverse shows, zoals "DOC" en "Sue Thomas FBEye", welke shows ook in Nederland op de TV te zien waren of nog te zien zijn.
Gary en Joan nodigden ons uit om met hen lunch te hebben en zo geschiedde het.

Tijdens de lunch hadden we heel goede gesprekken. Op de vraag hoe je als gelovige producer kunt functioneren in goddeloze plaatsen als Hollywood, antwoordde Gary dat ook Jezus zelf meestal omging met hoeren, tollenaars en zondaars en dat hij compassie met hen had. Zodoende is er geen reden om op hen neer te zien want zelfs voor de grootste zondaar heeft de Here Jezus Christus Zijn leven gegeven. Alles wat een zondaar moet doen is zijn vertrouwen voor de eeuwigheid stellen op het werk dat Jezus voor hem volbracht had.

We spraken verder over Nederland, over de Veteranen, over de Mariniers, over het werk op de schepen in de haven van Rotterdam en over de politieke problemen in Nederland in het algemeen en in Europa.

Hierna begaven wij ons, op advies van Gary en Joan, naar de Ronald Reagan Presidential Library waar we heel veel zagen over het leven van deze grote Amerikaanse President onder wiens regering de Berlijnse muur werd gesloopt en het communisme uit Oost Europa verdween. Wij zagen een stuk van die Berlijnse muur, die als een gift geschonken is door de Berlijnse bevolking.

Daarna begaven wij ons naar Malibu waar we aten in Googies restaurant. Het was daar een komen en gaan van allerlei filmsterren. Ook liepen we door een winkelcentrum waar alle prominenten uit Hollywood hun inkopen doen. De prijzen logen er niet om. Tot slot begaven we ons naar Santa Monica waar we over de pier wandelden..

Na afloop van de wandeling zijn we naar het volgende Motel gegaan.

Deze dag werden wij geconfronteerd met onvoorstelbare rijkdom en materieele welvaart. Gary en Joan Johnson hadden ons echter ook laten zien dat al die rijkdom geen enkele garantie geven voor geluk.

Morgen hopen we meer te kunnen vertellen over het vervolg van deze wel heel bijzondere trip.

Klik hier om meer fotos van die dag te zien.

Maandag 12 Februari. 2007

Vandaag vervolgden we onze reis en gingen naar Long Beach teneinde een bezoek te brengen aan het voormalige troepentransportschip de "Queen Mary". We dachten een wandeling aan boord te kunnen maken, maar omdat het schip niet "rolstoelvriendelijk" bleek te zijn moesten we vanwege Cobie daarvan afzien. Toch verbleven we ongeveer een uur op de kade, maakten wat foto's en bezochten enkele souvenir winkeltjes waar we wat kaarten van het schip kochten. Eigenlijk leek het schip niet meer op het schip waar ik in Maart 1945 op was.
Toch ontroerde het mij eraan te denken dat ik 62 jaren geleden over die dekken liep.
Voor de ge-interesseerden onder u hier in het kort een overzicht van de geschiedenis van het troepentransportschip de "Queen Mary".


"De Queen Mary nam als eerste actief aan de oorlog deel. Kort nadat de Queen Elizabeth in New York aangekomen was, gingen schilders de Queen Mary ook grijs verven. Alle luxe, waaronder 9 kilometer tapijt en 220 kisten porselein, kristal en zilver, werden tijdelijk naar pakhuizen overgebracht. Op het bovendek werd geschut geïnstalleerd. Al snel voerde het schip meer dan 40 kanonnen en ander wapentuig, waaronder een stuk 22 mm 'Oerlikon' luchtafweergeschut, 12 raketwerpers, afstandsmeters en een centrale geschutspost. Om de hele romp waren stroomkabels aangebracht om magnetische mijnen te neutraliseren. Toen alles klaar was zogen baggermachines het slib van onder de romp vandaan en op 21 maart voer het schip uit. De bestemming was geheim, de opdracht van de hoogste prioriteit.

Drie weken later stoomde het de haven van Sydney binnen; Australische werklieden slaagden er in minder dan twee weken in de passagierscapaciteit te verdrievoudigen. Er werden 5.500 kooien toegevoegd. In de grote salons werden hangmatten opgehangen en de hutten werden opgevuld met houten slaapbanken. Tenslotte was alles gereed en op 5 mei marcheerden de eerste 5.000 Australische soldaten aan boord en zette de Queen Mary koers naar Engeland. Toen het een maand later weer in Sydney terugkeerde, gingen verse troepen aan boord van andere pas gearriveerde en verbouwde lijnschepen - de Aquitania en de Mauretania van Cunard, de Empress of Japan en de Empress of Canada van de Canadian Pacific en de Andes van de Royal Mail Line. Eind mei voeren ze alle tegelijk de Indische Oceaan op, met aan het hoofd de Queen Mary. Hun bestemming was Egypte, waar de woestijnoorlog in alle hevigheid woedde.

In november van dat jaar voerde Queen Elizabeth, nadat zij in New York was uitgerust voor langdurige inzet op zee, maar zonder troepenaccommodatie, langs de kust van Afrika richting Singapore. Daar werd zij verbouwd tot troepentransportschip. In april 1941 voegde het schip zich bij het zusterschip om troepen van Australië naar het Midden-Oosten over te brengen. In de Indische Oceaan waren niet de onderzeeboten, maar was het weer de gevaarlijkste vijand. De Queens waren berekend op de Noord-Atlantische Oceaan, die zelfs in de zomer nog kil was, maar niet op de tropische hitte van het equatoriaal gebied.

Geen van beide schepen was van airconditioning voorzien, noch hadden ze een ventilatiesysteem dat ook maar in de verste verte adequaat was voor dit klimaat. De troepen aan boord, die toch al gespannen waren omdat ze het front naderden, verkeerden dag en nacht in de verstikkende hitte benedendeks, totdat bij velen het slechte humeur zich in woede ontlaadde. Aan boord van de Queen Elizabeth, die in de zomer van 1941 over de Indische Oceaan koerste op weg naar Suez, ontstond bijna muiterij onder de militairen. De moeilijkheden begonnen in de eetzaal. Plotseling waren de Australische soldaten met borden aan het gooien en gingen met iedereen op de vuist. De gemoederen raakten steeds meer verhit totdat de troepen zich in kampen opsplitsten en elkaar bevochten met vaten kokend water. Op een gegeven moment grepen een paar woedende Australiërs een ongelukkige kok en stopten hem in een oven die nog heet was. De man liep ernstige brandwonden op en was meer dood dan levend toen een peloton mariniers erin slaagde hem te bevrijden. Dit staaltje van buitenzinnigheid leek de troepen te ontnuchteren. Het vechten hield op, de aanvoerders werden gearresteerd, overgebracht naar de escorterende kruiser Cornwall en in Kaapstad aan wal gezet om daar berecht te worden door de krijgsraad.

Op hun terugreis naar Australië vervoerden de Oueens Duitse krijgsgevangenen, waaronder vele gewonden. Tijdens de doortocht door de Rode Zee, het heetste gedeelte van de reis, vonden er om de vier uur begrafenissen plaats. De Engelsen deden wat ze konden maar waren niet in staat te verhinderen dat een aantal gewonde gevangenen de helse omstandigheden waaronder het vervoer plaatsvond niet overleefde.

Door de deelname van Amerika op 7 september 1941 was de oorlog veranderd. Het conflict met Japan in Azië en de Stille Oceaan bracht een ommekeer teweeg in de troepenbewegingen. Er waren zoveel Australiërs en Nieuw-Zeelanders naar het Noordafrikaanse front verscheept, dat zowel Nieuw-Zeeland als Australië zich bedreigd voelden door de Japanse opmars via de eilanden in het zuiden van de Stille Oceaan. In januari 1942 was de Queen Mary op weg naar New York en de Queen Elizabeth naar San Francisco om Amerikaanse troepen naar Australië te vervoeren. Gedurende de volgende maanden verscheepten ze 20.000 Amerikaanse manschappen naar het front in de Stille Oceaan. Na de eerste reis werd kauwgum verboden op de Queen Mary. De dekken waren bijna geheel geplaveid met kauwgum klonters die met krabbers van het teak verwijderd moesten worden. Limonadeflesjes vormden een ander probleem. Iedere reis werd er een half miljoen flesjes limonade ingeladen voor de soldaten. Om te voorkomen dat afval in het kielzog hun aanwezigheid zou verraden en omdat er door de oorlog een gebrek aan glas was, werden de lege flesjes bewaard. Een keer gebeurde het echter dat tegen het einde van de reis 499.999 waren opgehaald en een soldaat betrapt werd toen hij nummer 500.000 overboord wilde gooien, waarin hij een boodschap had gestopt. Hij had het flesje rood, wit en blauw geverfd en op het papiertje de datum, de naam van het schip en enkele details over de reis geschreven. Het werd onmiddellijk in beslag genomen en de soldaat kreeg een berisping.

Wanneer ze geen soldaten naar Australië brachten, vervoerden de Queens hen naar Glasgow - deze keer een divisie van 15.000 man. Toen Churchill in december 1941 voor besprekingen een bezoek bracht aan Washington, stelde de Amerikaanse chef-staf George C. Marshall hem een moeilijke vraag. In Churchills eigen woorden: "Hij was ermee akkoord gegaan om bijna 30.000 Amerikaanse soldaten naar Noord-Ierland te verschepen. Voor deze gelegenheid hadden wij hem natuurlijk de beide Queens ter beschikking gesteld, de enige 80.000 ton metende schepen ter wereld. Generaal Marshall vroeg me hoeveel mannen we aan boord konden laten, gezien het feit dat voor slechts 8000 man in sloepen vlotten en andere reddingsmiddelen kon worden voorzien. Anders zouden er ongeveer 16.000 manschappen vervoerd kunnen worden. Ik gaf hem het volgende antwoord: Ik kan u slechts zeggen wat wij zouden doen. U moet zelf beoordelen welk risico u wilt nemen. Als het zou gaan om actieve deelname aan een werkelijke operatie dan zouden wij zoveel manschappen inschepen als de beide schepen kunnen vervoeren. Als het echter slechts om het vervoeren van troepen binnen een redelijke tijd zou gaan dan zouden wij de aantallen voor sloepen vlotten en dergelijke niet overschrijden. De beslissing is aan U".

Het probleem was natuurlijk gecompliceerder. Functionarissen van Cunard hadden berekend dat zoveel manschappen aan boord de diepgang van de Queen Mary zouden vergroten tot 13 meter en 25 centimeter en dat lag ver boven het maximum. Bovendien zou het schip bij het verlaten van de haven van New York zelfs; bij vloed nauwelijks hoog genoeg liggen om over de Hudsontunnel heen te komen. Als het ook maar een beetje overhelde zou de tunnel geraakt worden. Marshall koos voor het maximale aantal en Churchill concludeerde: "Het geluk was aan onze zijde". De 16.000 soldaten kregen het bevel om precies volgens instructie te gaan en zich niet te bewegen wanneer de Queen Mary over de tunnel gleed. Het lukte. De Queen Elizabeth volgde met een tweede divisie en voor het eind van de zomer van 1942 hadden de schepen de haven van New York verlaten met nog twee andere divisies. Heimelijk doorkruisten zij de Noord-Atlantische Oceaan en gleden ze de Firth of Clyde binnen zonder ook maar een periscoop of een Duits vliegtuig te hebben gezien. Dit ondanks het feit dat Hitler 250.000 dollar en een IJzeren Kruis had uitgeloofd voor de commandant van de onderzeeboot die één van de Queens tot zinken wist te brengen. De grote vaartuigen voeren alleen, zonder konvooi, afhankelijk van snelheid en geheimhouding. De gevaarlijkste gedeelten waren die voor de kust van New York en Ierland, waar de onderzeeboten zich verzamelden om het zware verkeer dat de havens in- en uitstroomde, aan te vallen.

Er bestaan geen gegevens over hoe vaak de Oueens door onderzeeërs werden waargenomen, maar ze zijn een paar maal door het oog van de naald gekropen. In maart 1942 slechts drie maanden na Pearl Harbor, was de Queen Mary onderweg om 8.398 soldaten van New York naar Australië over te brengen. Het schip nam een omweg via de Caribische Zee en voer zigzaggend naar volle zee door de Anegada Passage met een snelheid van 30 knopen. Een half uur na het verlaten van de Passage, ten Oosten van de Maagden Eilanden, ving de radiohut van de Queen Mary een SOS op van een stoomschip dat zojuist was aangevallen door een Duitse onderzeeboot, die nog geen tien mijl achter hen voer. De onderzeeboot was net te laat gekomen om de Queen Mary te raken en tot zinken te brengen.

Later, toen ik zelf aan boord van de "Queen Mary" was werd ook een poging ondernomen om het schip te torpederen, echter zonder succes. Het schip voer toen in convooi en de begeleidende torpedobootjagers brachten de duitse U-boot onder een geweldig lawaai met dieptebommen de tot zinken.

Maar we moesten verder, want er stond een ontmoeting met Ashlie Brillault op het programma. Zij was een actrice die onder andere als Kate een rol speelde in de Lizzie McGuire movie. Degenen die er belang in stellen en hier meer over willen weten kunnen voor bijzonderheden op haar website www.AshlieBrillault.net. Dan krijg je een schat van gegevens over haar, natuurlijk in de Engelse taal. Het bezoek aan het huis van Ashlie was gezellig en gemoedelijk. Wij dronken koffie met haar en het afscheid kwam veel te snel, want die middag om 14.00 hadden we weer een afspraak in Palm Springs.

Helaas, of misschien wel gelukkig, ging daar onze afspraak niet door en werd verzet naar morgen. Toch genoten we van de tocht die langs diverse mooie plaatsen voerde. Toen we in Palm Springs aankwamen was het inmiddels tijd om een motel op te zoeken, wat gauw gevonden was.

Klik hier om meer fotos van die dag te zien.

Dinsdag 13 Februari 2007.

Alvorens mijn verhaal over deze dag te beginnen eerst een klein overzicht van de James Bond film: "Diamonds Are Forever".

Degenen van u die deze film hebben gezien zullen zich ongetwijfeld herinneren dat James Bond (Sean Connery) Bambi en Thumper ontmoette. Thumper, de zwarte dame, die in een bikini op een rots lag, terwijl haar blanke vriendin Bambi in een bank zat. Thumper vroeg aan James Bond :"Is there anything I can do for you?" Deze beide dames kweten zich bijzonder goed van hun taak door James Bond op een zeer vakkundige manier af te tuigen, waarna ze hem in een zwembad gooiden en een korte tijd onder water wisten te houden. James Bond zou echte James Bond niet zijn als hij zich niet wist te bevrijden en op zijn beurt hield hij Thumper en Bambi onder water totdat zijn vrienden van de CIA ten tonele verscheen en om hem te redden.

Tot zover deze korte beschrijving van dit korte gedeelte uit de James Bond film "Diamonds Are Forever" Wat wil nu het geval en waarom schrijf ik dit aan jullie? Wel, Cobie, Kees en ik hadden een afspraak in het woonhuis van Thumper die in werkelijkheid Trina Parks heet en die in een nogal mooie buurt van Palm Springs woont. We gingen met haar dineren en brachten de middag door met haar. Wij hadden een heel goed gesprek met haar en zij gaf ons diverse door haar getekende foto's.

Na afloop van het dinner nam Mevr. Parks ons mee naar het huis "McElrod" waar zich bovenstaande scene afspeelde. Trina Parks (Thumper) demonstreerde hoe de hele scene werdt gefilmd. Zij vertelde ook dat zij het uiteindelijk toch wel benauwd kreeg toen ze door James Bond iets langer onder water werd gehouden dan zij aanvankelijk dacht.

Wij kregen ook nog een uitgebreide rondleiding door het huis "McElrod", waar dit alles zich heeft afgespeeld. Hierna namen wij hartelijk afscheid en ging ieder zijns weegs. Mevr. Parks beloofde ons ook nog dat zij ons eens gauw in Nederland zal komen opzoeken.

Het was een hele ervaring om twee dagen achtereen door diverse filmsterren thuis te worden ontvangen en met hen te spreken.

Na deze ervaring redden wij naar het plaatsje El Centro, waar tot mijn grote verbazing een kantoor van de "Rabobank Nederland" gevestigd was, compleet met het zo bekende logo op de muur. Wij aten in El Centro in een Steak restaurant en gingen daarna ons motel opzoeken om daar de nacht door te brengen.

Klik hier om meer fotos van die dag te zien.

Woensdag 14 Februari 2007.

We reden van El Centro door de zandheuvels van Yuma naar het Organ Cactus Pipe monument, waar heel veel Saguaro cactussen en ook Organ Pipe Cactussen groeien. Over die Saguaro caktussen gesproken, ze zijn meters hoog en vergis je niet, het gewicht van zo een caktus kan oplopen tot ongeveer 5000 kilogrammen. Als een dergelijke caktus afbreekt en op je auto valt, wel dan kan je maar beter de verzekering om een nieuwe auto vragen, want hij zal gegarandeerd total los zijn.

In dit park staan ook heel veel Jumping Cholla cactuss en die soms wel 4 tot 5 meters hoog worden. De stekels van deze cactussen hebben alle zonder uitzondering diverse weerhaken, en als je eenmaal een stekel daarvan in je huid krijgt, weet dan dat het verwijderen ervan een bijzonder pijnlijke aangelegenheid is. .

Van deze gelegenheid maakten we ook gebruik om even de Mexicaanse grens over te steken om daar in een klein winkeltje wat koekjes te kopen, waarna we weer gauw terug rede,. want er was nog zoveel te zien.
Aan de grens werden we op de terugweg grondig gecontroleerd door de US borderpatrol.

Op weg naar onze volgende bestemming reden we door een prachtig woestijngebied, het Saguaro National Park Arizona,

We aten tortillas in een typisch Mexicaans Restaurant genaamds Senior Sanchez.

Daarna reden naar Casa Grande, waar we probeerden om in een motel onze overnachting te boeken, maar we hadden geen succes omdat het daar aanwezige motel niet "rolstoelvriendelijk" was. Daarom moesten we doorrijden naar Tucson, waar we wél succes hadden met een goed motel. In dat motel kreeg ik een Spaans Nieuw Testament van de motelbeheerder.

Klik hier om meer fotos van die dag te zien.

Donderdag 15 Februari 2007

We zijn naar Nogales gereden en zagen Mexico over de grens. Er heerste daar duidelijk trieste en diepe armoede. Alles zag er daar nogal troosteloos uit. Daarna zijn we naar het Saguaro National Monument in Tucson gegaan, waar we onderweg langs honderden (misschien wel duizenden) vliegtuigen uit de tweede wereldoorlog reden.

Van Tucson reden we naar Scottsdale, waar we in een Motel hebben overnacht.

Klik hier om meer fotos van die dag te zien.

Vrijdag. 16 Februari 2007.

Het plan is om naar Sedona te gaan. Onderweg daarheen stopten we in een Casino dat in een Indiaans reservaat gelegen is, daarna hebben we ook nog een Indiaanse nederzetting, het Montezuma Castle, bezocht. Vlakbij dat Montezuma castle ligt hoog in de bergen Sedona. Het was een prachtige rit.

Majestueus kan ik daar de natuur in Sedona noemen en dan zeg ik beslist niets te veel. Red Rock Country is een plaats met intensief blauwe luchten. De rotsen zijn gekleurd in allerlei soorten groen, rood en goud in de bleekste varianten tot het diepste vermiljoen.

Maar we moesten nu snel terug naar Scotsdale omdat ons daar een laatste ontmoeting met een filmster stond te wachten. We hadden in een heel duur restaurant met hen afgesproken. Toen we daar arriveerden zaten onze gastheer, Hunter Gomez, en zijn familie reeds te wachten. Hunter Gomez is de jonge filmster in de Disney film "National Treasure". Ook acteert hij in diverse andere films. Kees maakte zijn website die te vinden is op: http://www.huntergomez.com. We hadden een heel goede en gezellige tijd met elkaar. maar ook hier kwam vadertje tijd aankloppen en we moesten helaas te snel weer afscheid nemen.

Klik hier om meer fotos van die dag te zien.

Zaterdag 17 Februari 2007.

Na een heel goede nacht in het motel doorgebracht te hebben gingen we Zaterdagochtend op weg naar het vliegveld, onze vakantie zat er weer op. Op het vliegveld zette Kees ons af om zijn auto te gaan inleveren.
Het weer was uitstekend, dus besloten Cobie en ik om buiten op Kees te wachten.

In die tussentijd begon ik in mijn Bijbel te lezen. Het duurde niet lang, hoogstens tien minuten, totdat er iemand van het vliegveld naar mij toekwam en tegen mij zei dat ook hij dagelijks in zijn Bijbel leest. Hij had permanent een Bijbel op zijn bureau liggen om die tijdens "verloren uurtjes" te raadplegen. We hadden een heel goed gesprek.

's-Avonds laat arriveerden we bij Kees thuis en konden terug zien op een prachtige vakantie.

Tot volgend jaar, California en Arizona. jullie hebben ons hart gestolen.

Einde van het waar gebeurde verhaal.

Arie.